Uit de wallen bevrijd
In 1874 komt er eindelijk goed nieuws uit Den Haag. Op 18 april van dat jaar krijgt de stad toestemming om zich te ontdoen van de zo gehate stadsmuren. In hetzelfde jaar wordt door de gemeente een raadscommissie benoemd, ‘teneinde de belangen van de Gemeente met betrekking tot de Spoorweg- en Vestingaangelegenheden voor te staan’ . Deze Commissie van Uitleg, bestaande uit de wethouders H.L. Terwindt, W. Francken en het gemeenteraadslid J.H. Graadt van Roggen, moet leiding geven aan de uitbreiding van de stad. Het staat het Driemanschap – zo wordt de commissie ook wel genoemd – voor ogen om van Nijmegen een groene, ruime stad te maken, met brede boulevards, parken, villa’s, en chique sociëteiten. Een stad die welvarende bewoners naar zich toe zou moeten trekken, oud-Indiëgangers, die zich zouden moeten kunnen vestigen in een omgeving die de overgang van de weldadige tropen naar het koude moederland draaglijk zou maken.